Home
Home
Maak je brein breiner met Breiner.nl
Loginnaam    
Wachtwoord  

Home       Registreer / login       Breinkunde       Breingames      Statistieken      Help
Home       Registreer / login       Breinkunde       Breingames      Statistieken      Help


12 vragen over anderhalve kilo

Triv magazine weet het!
  

Alles wat we zijn en doen, wordt bepaald door de anderhalve kilo vet en cholesterol tussen onze oren. Ruim 120 miljard zenuwcellen telefoneren daar de godganse dag via 10 biljoen schakelstations. Het resultaat bracht ons op de maan, maar bezorgt ons ook veel narigheid…

1 Wat zijn hersenen eigenlijk?
De hersenen zijn een oneindig gecompliceerd netwerk van met elkaar communicerende zenuwcellen. Een afzonderlijke zenuwcel zou je kunnen vergelijken met een stad als Amsterdam: goed geolied en zinderend van activiteit maar voor zijn functioneren afhankelijk van zijn infrastructuur, een complex stelsel van wegen, tunnels, grachten, bruggen, slagbomen en verkeerslichten. Op celniveau wordt die infrastructuur gevormd door membranen en receptoren. Bij een gezonde zenuwcel verloopt de communicatie soepel. Allerlei belangrijke moleculen reizen ongehinderd in en uit, denk aan de IJ-tunnel bij nacht. Een verouderende of anderszins gehinderde cel heeft meer weg van Mokum in de spits: hij is minder fl exibel, bruggen en tunnels raken gemakkelijk verstopt. Receptoren pikken de boodschappen van rondvliegende boodschapperstoffen minder goed op. Die ‘verkeerscongestie’ kan zich uiten in bijvoorbeeld mentale traagheid, gestoorde slaap en verminderde pijntolerantie.

naar boven

2 Bestaat er zo iets als breinvoer?
Vis! De membranen en receptoren in de hersenen bestaan vrijwel volledig uit vet en cholesterol. Het soort vet dat we eten, heeft dan ook grote invloed op hun functioneren. Hersencellen zitten vooral te springen om eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur (EPA/DHA). Deze zogenoemde omega-3 vetzuren spelen een cruciale rol bij de signaaloverdracht. Het lichaam kan ze in bescheiden hoeveelheden zelf maken uit het plantaardige omega-3 vetzuur alfa linoleenzuur, maar serieuze hoeveelheden EPA/DHA vinden we alleen in vette vis als haring, makreel, sardine en wilde zalm.

naar boven

3 Doodt alcohol hersencellen?
Alcohol is niet in staat hersencellen om zeep te helpen. Wel remt het de communicatie tussen de zenuwcellen, met de bekende, tijdelijke gevolgen. De alcoholkater en de barstende koppijn zijn een gevolg van hersenoedeem, vochtophoping onder het schedeldak. Schuldige is aceetaldehyde, een giftig tussenproduct van de alcolholstofwisseling. Aceetaldehyde wordt snel omgezet in azijnzuur maar als we veel drinken, stapelt het zich op. Toch laat recent onderzoek zien dat zelfs dit ‘katerstofje’ geen hersencellen doodt. De wel degelijk bestaande alcoholdementie wordt volgens de jongste inzichten veroorzaakt door vaak met zwaar drankgebruik gepaard gaand chronisch vitaminegebrek.

naar boven

4 Zijn 'criminele' hersenen anders dan 'brave' hersenen?
Met behulp van PET-scans hebben neuropsychiaters vastgesteld dat er bij sociaal aangepaste, stabiele personen meestal veel activiteit is in de prefrontale cortex. Deze in ons relatief enorme voorhoofd gelegen lobben zijn laat in de evolutie tot stand gekomen en vormen het fundament van onze ‘beschaving’. De laatste vijf jaar hebben wetenschappers massieve aanwijzingen gevonden dat notoir antisociaal gedrag mede wordt veroorzaakt door stofwisselingsafwijkingen in dit gedeelte van het brein. ‘Criminaliteit is mogelijk vooral een medisch probleem,’ schrijft psychopatholoog Adrian Raine, auteur van het boek De psychopathologie van de misdaad: crimineel gedrag als medische aandoening. Het verband tussen een slecht functionerende prefrontale cortex en dreigend crimineel gedrag is zo sterk dat een getrainde arts op een PETscan kan zien of iemand gevaarlijk is of wordt. Ondanks felle maatschappelijke weerstand tegen de gedachte dat criminaliteit wel eens biochemische wortels zou kunnen hebben, worden sommige Amerikaanse delinquenten met een vastgestelde prefrontale onderactiviteit al behandeld met medicijnen.

naar boven

5 Waarom zijn die voorhoofdslobben zo belangrijk?
“De prefrontale cortex maakt ons ‘mens’,” vertelt dr. Renato Sabbatini, hersenvorser van het Max Planck Instituut in München. “Hier zetelen onder meer het bewustzijn, het geweten en het vermogen om te plannen, te organiseren en consequenties te overzien. Verder houdt de prefrontale cortex primitievere delen van het brein, zoals het limbische systeem, onder de duim.” Daardoor gaan we niet direct over tot minder geapprecieerd handelen als het meisje van kassa 5 op zich heel gezonde driften in ons oproept. Sabbatini: “Juist. Wanneer de prefrontale cortex om wat voor reden ook onvoldoende wordt gestimuleerd, ontstaan uiteenlopende gedragsproblemen. De mate en locatie van de onderactiviteit bepaalt hoe de afwijking zich precies manifesteert. Maar een gebrek aan empathie, het vermogen om zich in anderen in te leven, staat centraal.”

naar boven

6 Zijn mannenhersenen slimmer dan vrouwenhersenen?
Mannen zijn gek op het grapje dat vrouwen slechts vier hersencellen hebben: één voor elke gaspit. Eind vorige eeuw nam de Deense neuropathologe Bente Pakkenberg zich voor om voorgoed af te rekenen met die ongein. Ze trok zich gewapend met een schedelzaag terug in de catacomben van haar ziekenhuis en legde de hersenen van duizend overleden jonge landgenoten op een weegschaal. Tot haar verbazing constateerde ze dat mannen consequent een paar miljard hersencellen méér hebben dan vrouwen. In haar oratie grapte ze dat het een raadsel was wat mannen met die extra capaciteit doen. Inderdaad scoren mannen en vrouwen zelfs op de meest geavanceerde intelligentietesten nagenoeg gelijk. Wel zijn er algemene sekseverschillen in begaafdheid. Vrouwen zijn wat beter in taal en communicatie, terwijl het mannenbrein beter is in het oplossen van ruimtelijke problemen.

naar boven

7 Gebruiken we echt slechts tien procent van ons brein?
In de jaren dertig plaatsten onderzoekers elektroden op de blootgelegde hersenen van proefpersonen en trokken de conclusie dat grote delen ervan passief waren. Maar dat was een mythe: hun meetapparatuur was zo grof dat ze bij wijze van spreken alleen signalen oppikte die een gloeilamp konden doen branden. Met moderne scantechnieken is aangetoond dat we zelfs bij eenvoudige taken als lezen meerdere hersencentra in stelling brengen. Wel stelden Oostenrijkse wetenschappers onlangs vast dat zeer intelligente mensen hun brein veel effi ciënter gebruiken dan gewone stervelingen. Genieën activeren alleen dat deel van de hersenen dat strikt noodzakelijk is voor het uitvoeren van een taak, terwijl mindere goden het hele brein aan het werk zetten.

naar boven

8 Zijn grotere hersenen slimmer dan kleine hersenen?
Albert Einstein had relatief kleine hersenen, kleiner dan die van de gemiddelde vrouw. Omgekeerd is het brein van de potvis – geen dom beest, maar beslist niet extreem slim – zes keer zo groot als het onze. Wat het menselijk brein zo ongeëvenaard slim maakt, is de relatief enorme cortex, ofwel hersenschors. In de hersenschors zetelt het hogere, logische, strategische denken.

naar boven

9 Hebben oude mensen altijd een zwak geheugen?
Modern onderzoek veegt de vloer aan met het idee dat onze hersenen in hetzelfde tempo verouderen als onze geboorteakte. Integendeel: zolang de hersenen gezond zijn, worden ze alleen maar beter met de jaren, vooropgesteld dat we ze voortdurend gebruiken. ‘Use it or lose it.’ Oudere hersenen onthouden wel ànders dan jonge. Het jonge brein slaat vooral details op, terwijl het oudere, ervarener brein geregistreerde verbanden vastlegt.

naar boven

10 Registreren onze hersenen het hier en nu?
Hoewel we ons inbeelden dat we alles wat er om ons heen gebeurt op exact dat moment waarnemen, laat modern hersenonderzoek zien dat we allemaal zo’n halve seconde achterlopen. De hersenen hebben tijd nodig om iets zinnigs te bakken van een binnenkomend signaal. Wanneer we onze vingers branden aan een kachel, duurt het een halve seconde voor we beseffen dat het ding heet is. Onze hersenen ‘corrigeren’ echter die vertraging, zodat we het idee hebben dat we onze hand ‘onmiddellijk’ terugtrekken.

naar boven

11 Zijn computers dommer dan ons brein?
De snelste computer is ongeveer zo slim als het brein van een kleine aap. Maar pas op: de evolutie van de computer gaat razendsnel. In 1950 was de krachtigste computer ongeveer zo slim als een sprinkhaan. In mei 1997 verloor Gary Kasparov, de toenmalige wereldkampioen Schaken, van Deep Blue. Van een eerdere versie van de supercomputer van IBM had hij nog wel weten te winnen. Binnen het vakgebied dat zich bezighoudt met kunstmatige intelligentie gaan zelfs sceptici er vanuit dat computers rond 2020 de capaciteit van het menselijk brein evenaren en dat ze nog tien jaar later vele malen slimmer zijn. “Zelfs bewustzijn is een kwestie van rekencapaciteit,” zegt professor Sten Grillner, neurowetenschapper van het Karolinska Instituut in de Zweedse hoofdstad Stockholm, die internationale faam geniet op gebied van kunstmatige intelligentie. “Onze hersenen zijn niets anders dan neurale netwerken, met elkaar communicerende zenuwcellen. Bewustzijn, intelligentie en emoties zijn het resultaat van een serie schakelingen. Heel gecompliceerde schakelingen, maar beslist niet ondoorgrondelijk. In ons lab staat nu al een laptop met het brein van een muis. Binnen tien jaar kunnen we ook de menselijke hersenen kopiëren. Als je de computer waarop je die verzameling neurale netwerken installeert vervolgens zintuigen en ledematen geeft, heb je een elektronische mens.” Zijn Britse collega professor Kevin Warwick van de Universiteit van Reading voegt daar met een ironisch lachje aan toe: “Het is voor een netwerk van hyperintelligente robots een koud kunstje om zichzelf te reproduceren, te verbeteren en om mensen ervan te weerhouden de stekker eruit te trekken.”

naar boven

12 Wordt het menselijk brein alsmaar slimmer?
Tot begin jaren negentig werden we voortdurend begaafder: we werden gemiddeld slimmer en ook de slimsten werden slimmer. Maar sindsdien lijken we een plafond te hebben bereikt. Sommige wetenschappers schrijven de ontwikkeling van onze intelligentie toe aan verbetering van de voeding, maar dat idee werd door de evolutiegeneeskunde overtuigend onderuit gehaald. “Sinds de invoering van de landbouw, zo’n 6000 jaar geleden, is het aandeel breinstimulerende voedingsstoffen juist drastisch afgenomen,” verklaart voedingsfysioloog Dr Loren Cordain van Colorado State University. Hij vermoedt dan ook dat ons slimmere brein vooral een gevolg is van de voortdurende impulsen – inclusief tv en computerspel – waaraan het in de moderne samenleving wordt blootgesteld.

naar boven

Links en bronnen
artikel: Triv' magazine (nummer 3 2006)

naar boven